Widerstandsnest 2H (WN 2H)
De Duitsers verklaarden een strook grond van 13,5 hectare als sperrgebied en ook derhalve niet voor de burgerbevolking toegankelijk. Dit gebied, gelegen achter begraafplaats Westduin, werd door de Duitsers aangeduid als Widerstandsnest 2H. Het Widerstandsnest lag in de Freie Küste Scheveningen-Hoek van Holland en dus buiten het gebied van de Stützpunktgruppe Scheveningen. Het Widerstandsnest 2H lag wel binnen de gemeentegrenzen van Den Haag en behoorde samen met Widerstandsnester 1H, 3H en 4H (gelegen in de Westduinen) als voortzettting van de keten van verdedigingswerken met Widerstandsnest 2H in de tweede lijn. Het Widerstandsnest is gebouwd in 1943 en behoorde toe aan het Unterabschnitt 's-Gravenzande. Op het Widerstandsnest werden door de Duitsers al snel veranderingen uitgevoerd. Zo werd bijvoorbeeld de dwarsdijk, dienende tot windkering, naar voren gelegd.
Eenheden
Medio 1941 kwam een nieuwe divisie naar Nederland, de 719 Infanterie Division (719 I.D.) waarbij het divisiehoofdkwartier in Dordrecht werd gevestigd. De 719 Infanterie Division bestond uit slechts 2 infanterieregimenten, die de kustverdediging vanaf Kijkduin op zich namen. De in Nederland te verdedigen kustlijn was in drie sectoren verdeeld waaronder het Küstenverteidigungsabschnitt Dordrecht (afgekort KVA Dordrecht). Deze zuidelijkste sector lag tussen de Oosterschelde en zuidelijk Den Haag waar ook het Widerstandsnest 2H toebehoorde.
Op Widerstandsnest 2H zijn vanaf begin 1943 tot rond september 1944 het 723 Grenadier Regiment (723.Gren.Rgt) en het Heerespeil-stelle "Ludwig" gelegerd geweest. Volgens informatie van 25 februari 1944 bestond de sterkte uit 2 onderofficieren en 15 manschappen. De bewapening bestond uit 2 lichte machinegeweren en 2 stuks 5 cm Kwk. De handvuurwapens bestonden uit 15 geweren, 2 pistolen, 1 machinepistool, 1 licht pistool en 300 handgranaten. In het Kriegstagebuch van de 719 Infanterie Division is van het 723 Grenadier Regi-ment op Ockenburg maar één bijzondere melding te vinden, gedateerd op 13 november 1943 van 12:55 uur. De melding betreft een Spitfire die door een onbekende oorzaak op de weg tussen Poeldijk-Loosduinen is neergestort en waarbij de piloot gevangen is genomen.
De Heerespeilstelle "Ludwig" was een peilinrichting van het Oberkommando des Heeres (OKH). Na de bezetting van andere landen, richtte de Wehrmacht en hun bondgenoten ook in de bezette landen luisterposten en peilstations in. Op het Widerstandsnest stond een vaste luisterpost van de Heeres. De opdracht en het doel van de luisterpost was het meeluisteren met zendverkeer van vreemde zenders, het decoderen van versleutelde telegrammen en ook het peilen van onbekende zenders.
In september 1944 vertrok 719 Infanterie Division naar het Albertkanaal bij Antwerpen om het te verdedigen tegen de naderende Geallieerden. Aan de kust resteerden daarna slechts onderdelen van de marine, van de luchtmacht (Ersatz- und Ausbildungsregiment "Hermann Göring") en de SS Ersatz Division. En ook die vertrok rond 10 oktober 1944 om elders ingezet te worden. De resterende troepen aan de kust waren vervolgens in hoofdzaak onderdelen van de marine, van de luchtmacht (Ersatz- und Ausbildungsregiment "Hermann Göring") en de SS Ersatz Division. De troepen werden nog in december 1944 samengevoegd in de Division zbV 604. In diverse verzetsverslagen uit 1945 wordt gemeld dat op het landgoed Ockenburg (het zg stille bos) alsmede bij het Kriegersfriedhof de troepen van Hermann Göring gelegerd zijn.
De bouw
Op de vroegste kaarten kwam het Widerstandsnest 2H niet voor en pas op de kaart van 15 februari 1943 wordt dit Widerstandsnest weergegeven. De stellingkaart van 28 april 1943 geeft een mooi overzicht van het complex van de geplande en reeds gebouwde bunkers. Op de kaart worden alle niet-bomvrije en de bomvrije werken weergegeven, zoals éénmaal de 600 en 621 en tweemaal de 622. Daarbij zijn ook vier L.M.G.-stellungen, twee Muni-bunkers, een Abort-stelle, twee Wirtschaftsgebäude, een KwK-stellung, de Verplegungsbunker, Waffergraben, een Tobrukstände, een Pumpe en een Engiftungsstelle aangegeven.
De definitieve kustverdediging werd vanaf herfst 1942 gebouwd toen men met een omvangrijk bouwprogramma en een forse propagan-dacampagne startte. De Atlantikwall werd nu gerealiseerd volgens een aantal bouwprogramma's. Het eerste bouwprogramma waar Widerstandsnest 2H mee te maken kreeg was het Winterausbauprogramm, durend van september 1942 tot april 1943. Tijdens dit Winterausbauprogramm werden in de Freie Küste Scheveningen-Hoek van Holland 17 zware bunkers gebouwd waaronder op Widerstandsnest 2H de ST-type 600, Geschützstellung für 5 cm KwK mit Mannschafts und Munitionsunterstand.
Naast Organisation Todt was er ook de "Abteilung Siedlung und Bauten". Dit was een bouwdienst van het regeringsapparaat van de Reichskommissar in den besetzen Niederlanden. Vanaf 1942 werd deze dienst ook verantwoordelijk voor het ontwerpen en bouwen van bunkers. Aan het eind van 1942 ging de dienst zich bezighouden met de aanleg van militaire versterkingen. De Abteilung Siedlung und Bauten werd eind 1943 betrokken bij de aanleg van bunkers aan de flanken van de Stützpunktgruppe Scheveningen. Onder de project-naam "Bauvorhaben Süd- und Nordstrand" moesten in totaal 22 geschutsbunkers gebouwd worden waarbij de meeste bouwplaatsen aan de Freie Küste lagen, ten noorden en zuiden van de Stützpunktgruppe Scheveningen. Er werden alleen gevechtsbunkers van het type 612 en 667 voor de landmacht gebouwd.
Het Widerstandsnest 2H kreeg hierdoor te maken met een tweede bouwprogramma, nu het Schartenbauprogramm. Deze duurde van oktober 1943 tot april 1944. Uiteindelijk zijn acht bunkers gebouwd en vijf van deze bunkers zijn onder het bouwproject Südstrand gebouwd (als flankverdediging voor Stützpunktgruppe Scheveningen) waaronder op Widerstandsnest 2H tweemaal de ST-type 667, Kleinstschartenstand für 5 cm KwK.
De Baufortschrittskarte van 25 maart 1945 vermeld uiteindelijk de drie gebouwde ST-bunkers: 0202/600, 0204/667 en 0205/667 terwijl er ook twee ST-bunkers van type 674, Kleinstunterstand für Munition, gepland waren. De reden waarom deze twee bunkers (0207/674 en 0209/674) nooit gebouwd zijn is niet bekend. Op dezelfde Baufortschritts-karte is ook het (geplande) Widerstandsnest 2a H met Baupunkt 02b vermeld.
De nummering en de toevoeging wijst erop dat we met een veel later ingepland, vermoedelijk reserve, Widerstandsnest te maken hebben. Het zou kunnen dat dit bijvoorbeeld een Widerstandsnest had moeten worden met een andere front- (hoofdschoots-) richting. De bouw van het munitieonderkomen past wel in bunkerbouwplannen aangezien er voor de drie stukken geschut in Widerstandnest 2H twee ST-bunkers van type 674 gepland waren en een derde ST-bunker van type 674 in het Widerstandnest 2a.
Inmiddels was op 6 november 1943 veldmaarschalk Erwin Rommel belast met de organisatie van de Westeuropese kustverdediging wat zou resulteren in de aanleg van het Neue Landfront. Ook werd onder zijn leiding de uitbouw van de Atlantikwall in de eerste helft van 1944 opgevoerd. Van 23 tot en met 26 maart 1944 maakte Erwin Rommel een inspectiereis naar Nederland. Op 26 maart, de laatste dag van zijn bezoek, werd om 07:00 uur vanuit Rotterdam naar Loosduinen gereden. Hier werd rond 08:05 uur begonnen met de inspectie van Widerstandsnest 2H. Naast het Widerstandsnest werd er ook gekeken naar het omliggende land en de hier gelegen mijnenvelden. Daarna vertrok men richting Ter Heijde, de Festung Hoek van Holland en het Kernwerk.
De bunkers
De op het Widerstandsnest gebouwde ST-bunkers komen allen uit de 600-serie. Deze serie werd in 1942 ontworpen en werd vanaf najaar 1942 de standaard voor nagenoeg de gehele Atlantikwall ! Voor de flankverdediging beschikte men over de 5 cm KwK die opgesteld was op een bunker van het type 600. Het kanon stond op een speciale sokkel (een Leichte Sockel-Lafette) met het schootsveld naar het zuiden en was inzetbaar tegen de vijandelijke troepen en licht gepantserde voertuigen. Deze bunker voorzag in een schootsveld van 360° met een mogelijke elevatie van -9° tot +45°. Naast de opstelling voor het kanon beschikte de bunker over een gassluis, een manschap-penverblijf voor zes militairen, een ontsmettingsnis en een nooduitgang. Ook was er een munitieruimte aanwezig voor een voorraad van 2000 granaten. De manschappen konden via de trappen aan weerszijden van de ingang het kanon bereiken.
Op een dichte afstand van de 600 beschikte men over nog twee 5 cm KwK die ieder waren opgesteld in een bunker van het type 667. Ook in deze bunkers stond het kanon op een speciale sokkel, met een westelijk schootsveld en was inzetbaar tegen de vijandelijke troepen en licht gepantserde voertuigen. Het kanon had een vuursnelheid van 15 tot 20 schoten per minuut. De bunker bestond maar uit één ruimte, de gevechtsruimte, waarin het kanon stond opgesteld. In de geschutsruimte was in de wand van de bunker een kleine munitienis aanwezig voor een voorraad van 144 granaten. Elke bunker voorzag in een schootsveld van 360° met een mogelijke elevatie van -9° tot +45°. Zowel de geschutsopening als het kanon in de bunker was extra beschermd door een flankeringsmuur. Een tobruk was bij de ingang in beide bunkers geïntegreerd.
Ter observatie en nabijverdediging zijn op het Widerstandsnest vijf tobruks van het type 58C gebouwd. Twee zijn gesitueerd bij het begin van het Widerstandsnest terwijl twee andere tobruks op enkele honderden meters van de beide 667's liggen. De vijfde tobruk lag aan de zuidoostzijde van het complex. De tobruks waren voor de opstelling van een mitrailleur en bestonden ieder uit een achthoekig gevormde ruimte met een open bovenkant, de ringstand. Deze opening had een doorsnede van 80 centimeter en hadden op het Widerstandsnest een breedte van 2,60 meter en een lengte van 4,10 meter. Elke tobruk werd door één militair bemand waarbij de ruimte waar het wapen kon worden opgesteld welke aan een lager gelegen ruimte gekoppeld was via een betonnen trapje.
De provisiebergplaats beschikte over twee gemetselde standaard levensmiddelenbergplaatsen. Deze bunker heeft een toogvormig dak. De bergruimte in de bunker werd geventileerd met behulp van een ventilatiekoker. De lengte van deze bunker is 7 meter, breedte 3,5 meter en hoogte 3,1 meter. Het woonverblijf bestaat uit één grote ruimte en één kleine ruimte die gescheiden is door een wand en een deur. In deze bunker zijn drie houten deuren en zes stolpramen aangebracht. Op het dak bevinden zich de luchtschoorstenen en luchtkokers. De lengte van de bunker bedraagt 17,7 meter, een breedte van 4,9 meter en een hoogte van 2,8 - 4,1 meter.
Kampfanweisung
Het Widerstandsnest lag dan wel in de Freie Küste Scheveningen-Hoek van Holland, het werd wel opgenomen in de Kampfanweisung für die Festung Hoek van Holland. Voor iedere Festung werd een Kampfanweisung für die Festung opgesteld. De Kampfanweisung für die Festung Hoek van Holland is gedateerd van 25 februari 1944. Zo is te lezen in de beschrijving van het terrein buiten de vesting dat Ockenburg in het Festungsvorfeld ligt: "Der Dünengürtel geht nach Osten in ein von zahlreichen Wassergräben, Strassen und Wegen durchzogenes Flachland über. Im Nordteil des Vorfeldes schließt Poldergelände Park und Waldstücke von Ockenburg ein".
In de "Kampfaufträge der Stützpunkte und Widerstandsnester" worden de gevechtsopdrachten per Widerstandsnest aangegeven, waaronder Widerstandsnester die zich in de Festungsvorfeld van Festung Hoek van Holland bevonden.
De gevechtsopdrachten van het Widerstandsnest 2H luidden: "Sicherung des Maifeld-Geländes gegen Luftlandetruppen. Sicherung der Waldränder um Ockenburg - Ockenrode und der Peilstelle Ludwig. Sicherung in der Tiefe für Küsten - Wn. und gegen evtl. eingebrochenen Feind gegen straße Loosduinen - Monster".
De aan de kust gelegen Widerstandsnest 3H en 4H hadden de opdracht om deel te nemen aan gevechten rondom Ockenburg en Ockenrode. Voor Widerstandsnest 3H bestond dit namelijk uit "Sicherung des Maifeld-Geländes gegen Luftlandetruppen und Waldränder um Ockenburg - Ockenrode und Flankengeschuts für Wn. 1 - 4" en voor Widerstandsnest 4H bestond dit uit "Sicherung des Dünengeländes und der Wäldrander um Ockenburg - Ockenrode".
Bureau Registratie Verdedigingswerken
Na de oorlog werd het Bureau Registratie Verdedigingswerken (BRV) opgericht. Dit bureau hield zich bezig met het inventariseren, opmeten en tekenen van alle Duitse bunkers in Nederland. Ook de administratieve ondersteuning van het proces van de vergunning-verlening voor sloop of hergebruik behoorde tot de werkzaamheden van het BRV. In elke gemeente werden Duitse stellingen met een letter gecodeerd, waarbij elke bunker in een stelling een uniek nummer kreeg.
Op het Widerstandsnest 2H werden de bouwwerken aangegeven met N1 t/m N14. Door het BRV zijn de bouwwerken op een overzichtskaart, ook wel situatietekening genoemd, aangegeven en in de bijgevoegde legenda werd de aard van het werk, gemeentenummer, bouwmateriaal, Duits bouwnummer, type en toestand van het werk aangegeven. Na vergelijking tussen de stellingkaart van 28 april 1943 en de situatietekening, blijkt dat veel geplande bouwwerken zoals de 621, de 622, de Muni-bunkers en de Engiftungsstelle niet gebouwd zijn en andere verdedigingswerken hier voor in de plaats zijn gekomen. De situatietekening is in september 1949 opgenomen en getekend. Op dat moment zijn volgens de legenda de 0202/600 (N1), 0205/667 (N2), 0204/667 (N3), twee tobruks (N5, N6) al onder de grond gewerkt. Een waterbergplaats (N4), het verwarmingsgebouw (N8), het WC-gebouw (N9), de twee waterbergplaatsen (N10, N11) en de twee tobruks (N12, N14) zijn dan al afgebroken terwijl een woonverblijf (N7) en de bergplaats voor provisie (N13) dan al in gebruik zijn bij de begraafplaats als bergplaats.

Met precisie zijn de ST-bunkers 0202/600 (N1), 0205/667 (N2), 0204/667 (N3),
het woonverblijf (N7) en tobruks (N5, N6) door het BRV opgenomen en uitgete-kend. De overgebleven bunkers waren op dat moment blijkbaar niet onder het zand gewerkt of door Gemeentewerken dichtgemetseld waardoor het BRV van deze bunkers een volledige inventarisatie kon maken.
De 0202/600 (N1) is op 8 maart 1949 opgenomen en op 28 juli 1949 getekend. Wanneer de 0205/667 (N2) en 0204/667 (N3) door het BRV zijn opgenomen, is niet bekend. Op 13 december 1951 zijn deze bunkers getekend. Het woonverblijf (N7) is op 3 oktober 1949 opgenomen en op 5 oktober 1949 getekend. De tobruks zijn in april 1948 opgenomen en op 21 september 1951 getekend. In de legenda plaatste het BRV bij 2 bunkers (N7 en N13) een vermoedelijke foutieve functie.
Het BRV werd uiteindelijk per 1 juli 1951 opgeheven. De taken werden overgeheveld naar de Commandant van het Tweede Geniecommandement in Amsterdam.
Naast het BRV had ook de Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGW&T) van het Ministerie van Defensie ook de beschikking over lijsten van het BRV-archief. In de basis vormden deze lijsten een samenvatting van het archief van de BRV in 1951 en waren geordend per gemeente en per genie-rayon. Dit waren opgaven van gegevens, betrekking hebbende op voormalige Duitse en enkele Nederlandse bunkers. De bunkers met BRV-registratie N1 t/m N4 staan vermeld op het wijzigingsblad van december 1965 met daarbij de aard van het werk, uitwendige afmetingen boven de vloer, dikte van de buitenmuren en de bovendekking, het materiaal, toestand en toelichting. De bunkers met BRV-registratie N5 t/m N14 staan vermeld op het wijzigingsblad per 1 januari 1970. De bunkers N1 t/m N3 hebben
als toelichting dat er 'nog geen beslissing' is terwijl de bunkers N5 t/m N7 'nog geen beslissing betreffende vrijgifte enz' als toelichting hebben.
Overblijfselen
Door uitbreiding van begraafplaats Westduin liggen de overgebleven bunkers op het achterste gedeelte en zijn niet toegankelijk. De 0202/600 is diep onder de aardewal ondergewerkt al zijn beide hoeken aan de voorkant van deze bunker nog wel zichtbaar. De 0205/667 en 0204/667 zijn ook diep onder de aardewal ondergewerkt. Beide bunkers liggen volgestapeld met bakstenen en zijn waarschijnlijk afkomstig van de boerderij Blijrust. Van de 0205/667 is nu wel een klein deel van de hoek zichtbaar. Op zeer korte afstand hiervan liggen de twee tobruks onder de aardewal. Totaal verscholen achter het struikgewas ligt het woonverblijf. Er bestaan vermoedens dat deze bunker dienst heeft gedaan als kantine. De bunker is tegenwoordig in gebruik als een vleermuisonderkomen. Van de provisiebergplaats is alleen een schoorsteen zichtbaar, al kwamen in januari 2007 bij afgravingen een groot deel van deze bunker met een scherfmuur voor de bunker bloot te liggen (zie:foto's). Deze scherfmuur is korte tijd later helaas gesloopt. Bij dezelfde werkzaamheden stuitte men op de funderingen van de Heerespeilstelle "Ludwig". Tot begin 2007 lagen op het bijveld van de begraafplaats een onbekend aantal Duitse rijplaten die enkele jaren geleden bij werkzaamheden zijn gevonden.
|