HERINNERINGEN UIT DE PERIODE 1940-1945
door R.v.d.Meulen
februari 2005
De schrijver van dit relaas was in mei 1940 14 jaar en woonde aan de Haagweg (Monster) even voorbij de watertoren. Het begint in het vroege voorjaar van 1940. Schooljongens uit Monster, stichting Bloemendaal (nu: Parnassia) en Loosduinen gingen op de fiets naar school in Den Haag. Vaak een andere omdat de eigen school tijdens de mobilisatie door Nederlandse militairen in gebruik was genomen. Fietsend werd het vliegveld Ockenburg (aan het begin van de Laan van Meerdervoort) gepasseerd en, nieuwsgierig als iedereen was, werd daar vaak bij terugkeer gewacht op de kans een vliegtuig te zien landen of opstijgen. Vaak gebeurde dat niet, een enkele keer een Fokker DXXI jager, maar dat was toen al een hele gebeurtenis. Op de avond van 9 mei speelden wij tot het donker werd op het voetbalveld van Bloemendaal met vriendjes (kinderen van personeel van de stichting), het zou voorlopig de laatste vredige
avond zijn.
In de vroege ochtend van vrijdag 10 mei (het was net licht) werden we wakker van het geluid van vliegtuigen, er waren verschillende jagers in de lucht, achteraf bleken dit Messerschmidts Me 109 te zijn. Wij hadden radio en kwamen daardoor op de hoogte van de Duitse aanval op Nederland De van Ockenburg opgestegen jagers vochten dapper maar waren niet tegen de veel snellere Me's opgewassen. Een DXXI maakte een noodlanding op de Haagweg richting Monster en kwam tot stilstand op het punt waar de weg splitste naar de Rijnweg (nu is daar een benzinestation)
Later zetten duitse soldaten het toestel op de kop voor een foto zodat het leek of het toestel zo neergestort was.
Vanuit ons huis konden wij de Junker-transportvliegtuigen en de parachutisten die in de buurt van het vliegveld werden afgeworpen zien, het schieten was bij ons hoorbaar. De vraag bij ons was wat nu te doen, mijn vader werkte in Den Haag, hij liep altijd naar Loosduinen en ging dan met de bus verder, ook deze ochtend ging hij al vroeg op pad.
Hij kwam echter niet verder dan wat nu de kruising met de Lozerlaan is, in het laatste huis waar toen de familie Bruil woonde (later afgebroken voor de aanleg van de Lozerlaan) zat een groep Duitsers, waarschijnlijk een commandopost, er was een hakenkruisvlag uitgespreid voor eigen vliegtuigen. Op dit punt werd iedereen die Loosduinen in wilde tegengehouden en in de achtertuin gezet, ook één van mijn broers die op de fiets richting Loosduinen reed.
Zelf vond ik het maar beter niet naar school te gaan, dat kwam nog wel goed uit, door het late
voetballen de avond ervoor was het huiswerk maken erbij ingeschoten.
Wij waren onwetend van de "gevangenneming" van vader en broer.
Na de middag konden zij terugkomen, mijn broer met achterlating van zijn fiets, was hij de eerste
die aan de mof zijn fiets kwijtraakte?
Hij zou in ieder geval niet de laatste zijn!
De situatie bleef die dag erg verwarrend, van overal geruchten die niet ontkend of bevestigd
werden, ook de radioberichten waren niet duidelijk.
Voor ons kwam daar nog bij dat wij niet naar onze moeder konden die in een Haags ziekenhuis
was opgenomen.
In de middag kwam nog een groepje duitsers voorbij die een auto van Bokhoven (een melkfabriek
in Loosduinen) hadden gevorderd en daarmee richting Monster reden, wat daarmee gebeurd is
heb ik nooit iets over gehoord.
Vanuit het Westland trokken Nederlandse troepen richting Loosduinen (zaterdag waarschijnlijk)
De buren groepten samen op straat met allerlei verhalen, soms waren hoogvliegende vliegtuigen
te zien, volgens de een Franse volgens een ander Engelse. Die komen ons te hulp dacht men,
niets werd bevestigd.
Feitelijk gebeurde er die dagen voor ons niet veel waarneembaars, we waren aangewezen op de
radio maar dat was nog niet zo goed geregeld, vaak bleef het gissen.
Het bombardement op Rotterdam konden wij zien aan de opstijgende rook, nog dagen daarna
dwarrelden stukken half verbrand papier uit de lucht.
Bij de gevechten rond het vliegveld lag de de boerderij van Zonneveld (de Wijndaelerhoeve)
in de vuurlinie, de boerin, Trijntje Zonneveld-van Vliet werd in haar been getroffen door een
verdwaalde kogel. Wegens gebrek aan antibiotica werd dit een fatale ontsteking, na een verblijf
van enkele maanden in het ziekenhuis overleed zij in september 1940 aan de gevolgen daarvan.
Na de capitulatie probeerde iedereen zoveel mogelijk het normale leven weer op te pakken.
Langs de Monsterseweg, richting Loosduinen rechts, was ongeveer 500 meter voor de "blauwe
brug" een heuvel (± 20 meter hoog?), bij iedereen bekend als "de paalberg"
Daar stond een militaire auto met ernaast op het fietspad een enorme bloedvlek, er zou een
Nederlandse kapitein gesneuveld zijn.
Pas onlangs hoorde ik de bevestiging, een auto met meerdere inzittenden was ondanks een
waarschuwing doorgereden naar Loosduinen en beschoten waarbij meerdere doden vielen
Wij jongens gingen weer naar school en natuurlijk ook bij het vliegveld kijken. Vanaf de weg
was te zien dat er een aantal (15?) min of meer beschadigde Junker's stonden, in de weken
erna waren duitse technici bezig met reparaties, er waren stalen rijplaten gelegd en sommige
toestellen konden weer opstijgen en terugvliegen naar hun basis in het Sauerland.
Jammer dat de Nederlandse militairen er niet meer vernietigd hebben!
In de zomer van 1940 zagen wij vrijwel dagelijks tegen de avond duitse bommenwerpers over
komen, langs de kust van noord naar zuid. Dit waren Heinkels (z.g. vliegende potloden vanwege
hun lengte), zij verzamelden zich boven Belgie of Frankrijk voor de beruchte bombardementen
op Engelse steden.
Later, ik weet niet meer in welk jaar, zagen wij in de avond langs de kust van zuid naar noord
kleine ballonnen overdrijven, er hing iets aan, we hebben nooit gehoord wat dit eigenlijk waren.
Misschien losgeslagen sperballonen?
Al vrij snel werd de stichting Bloemendaal ontruimd, men vond het veiliger de patienten meer
landinwaarts onder te brengen, dit was meen ik in Wolfheze, echter tijdens operatie Market-
garden kwam men toch nog in de problemen.
Scheveningen werd tot spergebied verklaard en de bewoners moesten vertrekken, een aantal
vond tijdelijk onderdak in een barak op Bloemendaal.
Later heeft het Rode Kruis nog enkele leegstaande paviljoens ingericht met bedden en dekens,
bedoeld voor noodopvang vanuit Den Haag, er is nooit gebruik van gemaakt.
Dit speelde in voorjaar-zomer 1944, dus voor de V2 activiteiten op Bloemendaal.
In 1942 was mijn schoolopleiding afgerond en ging ik werken als jongste assistent op een
accountantskantoor aan het begin van de Javastraat in Den Haag.
Er kon toen per trein gereisd worden, ik ging mee naar clienten in Delft, Leiden
en Amsterdam
Het kantoor lag, hemelsbreed vrij dicht bij het Vredespaleis
Daar tegenover stond aan de Scheveningseweg een witte villa waar de kunsthandel Kleykamp
in gevestigd geweest was. Het gebouw was gevorderd en er was het Centraal Bevolkingsregister
in gevestigd.Daar had men duplo's van alle persoonsbewijzen wat een gevaar betekende voor
verzetsmensen en onderduikers.
Op verzoek vanuit het verzet werd het gebouw op 11 april 1944 door een precisiebombardement
verwoest, dit gebeurde tijdens werktijd, helaas kwamen hierbij 59 hoofdzakelijk jonge mede-
werkers om het leven.
Vanuit de kamer waar ik die middag aan het werk was zag ik enkele vliegtuigen op zeer geringe
hoogte overvliegen.
Waar wij woonden was de situtie in de eerste oorlogsjaren nog niet zo slecht, wij hadden een
grote tuin en tuinderijen rondom dus de voedselvoorziening was nog heel redelijk.
Moeilijker was het om aan een nieuwe fietsband te komen, ik ging per fiets naar mijn werk.
Er reden wel WSM-bussen, sommige met een aanhanger met kolenvergasser die het vaak liet
afweten, andere reden met gasflessen dat was betrouwbaarder.
Voor een nieuwe band was een vergunning nodig, de nieuwe waren echter snel versleten door
het slechte materiaal, eindeloos oplappen dus en tenslotte een massieve band.
In het voorjaar van 1944 werd ik opgeroepen voor de "Arbeidsdienst", ik zou moeten opkomen
in Uden en werken aan de ontginning van de Peel iets waar ik bepaald geen zin in had.
Via een relatie bij de gemeente Monster kreeg ik een nieuw persoonsbewijs waarop ik een jaar
jonger was geworden, ik vond een onderduikadres in de Fahrenheitstraat in Den Haag en kon
gewoon blijven werken.
Er waren in die tijd ook goede politiemannen, ik moest als wegblijver aangehouden worden, de
dag daarvoor kwam een politieagent van Monster mijn moeder waarschuwen dat ik niet thuis
moest zijn, dit heeft verder geen problemen gegeven.
Ik herinner me uit die periode een mooie avond in september 1944, we hoorden een vreemd
geraas, vanaf de straat konden we een condensstreep zien (al wisten we toen niet wat dat was)
dit moet de eerste V2 raket zijn geweest, gelanceerd vanuit Wassenaaar.
Intussen was de invasie begonnen en gevorderd, we hadden "dolle dinsdag"gehad en aan het
opsporen van arbeidsdienstweigeraars werd niets meer gedaan dus ging ik begin oktober 1944
weer naar huis.
Sommige medewerkers van Bloemendaal waren niet met de verhuizing meegegaan en woonden
nu in Loosduinen, zo ook de familie De Nooij
Jan de Nooij was een schoolvriendje en op een zondagmiddag in oktober gingen wij 's middags
naar hun huis op de stichting om iets op te halen.Op een gegeven moment reden duitse auto's
het terrein op , wij konden nergens heen en hebben op zolder gewacht tot het donker werd en
zijn toen via sluipweggetjes er vandoor gegaan.
Waarschijnlijk waren dit verkenningen die leidden tot het in gebruik nemen van het terrein voor
het lanceren van V2-raketten.
Wij woonden daar hemelsbreed nog geen kilometer vandaan en konden aan de geluiden horen
als er een raket werd klaar gemaakt. Wij zagen die ook (met angst en beven) opstijgen.
De Monsterseweg was dan afgesloten en naar Loosduinen kon alleen via Oorberlaan en dan
de Nieuweweg.
Vanuit ons huis hebben we veel raketten zien en horen mislukken, de explosies van de ladingen
verwoestten veel paviljoens, onze ruiten sneuvelden ook regelmatig en werden dan vervangen
door tuindersglas, niet zo goed maar wel dicht.
Op oudejaarsavond 1944 werd om 5 voor twaalf een raket gelanceerd bij kliniek Ockenburg
(het gebouw wat er nu nog staat tegenover de ingang van Parnassia) ook deze mislukte met als
gevolg grote schade aan een hoek van het gebouw.
Op 1 januari 1945 waren we met enkele buren in de middag aan het kaarten, we hoorden weer
een raket, we gingen dan altijd naar buiten. Ook deze ging mis maar wel omhoog, al slingerend
door de lucht op misschien honderd meter hoogte ging deze richting Den Haag en stortte neer
in de Kamperfoeliestraat met vele doden en enorme schade tot gevolg.
Ook bij ons was het voedselprobleem groter geworden, half januari 1945 besloten een buurjongen,
mijn broer en ik op voedseltocht te gaan naar Noord Holland. Op de fiets kwamen we de eerste
dag bij familie in Haarlem. We hoorden dat verder gaan geen zin had, er was ook daar niets meer
te krijgen.De volgende ochtend gingen we dus weer terug,
Intussen waren er, ook in Den Haag straatrazzia's geweest, met een dreigende invasie wilde
men jonge mannen uit de buurt hebben, in Monster hadden we daar geen last van gehad.
Op de terugweg kwamen we echter in Leidschendam in een razzia-actie terecht.
Mijn broer wist te ontkomen maar de buurjongen en ik werden ingerekend en overgebracht naar
de in Leiden leegstaande Heck's cafetaria.
De meeste andere gearresteerden kwamen uit de buurt en wisten door te geven dat zij daar waren
en konden zo wat laten brengen, wij hadden alleen wat we aanhadden.
De bewaking bestond uit z.g. Rijksduitsers, die woonden al jaren hier en spraken dus Nederlands.
En van hen heeft de politie in Leiden ingelicht, er was voor de politie kennelijk telefoon-
verkeer mogelijk en het bericht kwam bij de politie in Monster die thuis informeerde.
De moeder van de buurjongen en mijn zuster kwamen een paar dagen later op de fiets wat
kleding en andere dingen brengen.
Wij werden per trein afgevoerd, eerst een paar dagen in een kazerne in Kampen en toen naar
Wesel in Duitsland. Daarvandaan na een overnachting tevoet naar Lüttingen, een dorpje aan de
Rijn tegenover de stad Xanten, het verblijf was een schooltje met één benedenlokaal en één boven.
De bewaking, een gefreiter met 3 soldaten was niet onredelijk, sanitair erbarmelijk en voeding
slecht, als de auto die in de avond ons dagrantsoen moest brengen pech had of iets anders sloeg
het gewoon over!
Wij moesten werken aan een weg naar de rivier (nutteloze arbeid waarschijnlijk, het is nooit af-
gekomen) Vrijwel elke nacht was er luchtalarm, vaak ook overdag. Ook Xanten werd zwaar
gebombardeerd (er liep een vrij grote weg langs die naar het front ging)
In Xanten hebben wij mee moeten helpen met het opsporen van eventuele overlevenden in de
puinhopen.Overdag werd ook Wesel gebombardeerd, voor het eerst zagen wij stroken zilver-
papier uit de lucht komen, we hoorden later dat dit was om radar te verstoren.
Op de een of ander manier kwam ook het nieuws over het bombardement op het Bezuidenhout
bij ons terecht. Intussen kwam het front steeds dichter bij, wij konden de kanonnen horen en
moesten vertrekken, tevoet naar Wesel wat een grote puinhoop was. Wij liepen in het donker
en kwamen tegen het dag worden bij de Rijnbrug die we over moesten, de bewaking was bij
daglicht erg benauwd voor beschietingen, ik was met nog iemand wat achter geraakt, liep slecht
doordat in Kampen een teen bevroren was geweest.Over de brug ging de colonne rechtsaf, mijn
metgezel en ik zijn linksafgeslagen en zouden wel zien wat er van kwam. Lopend gingen we naar
het noorden onderweg overnachtend bij boeren waar we ook te eten kregen. Tegen Hollanders
was men in de grensstreek niet onvriendelijk.
Wij vielen niet op, in de chaotische situatie waren veel mensen op drift. In de omgeving van
Bocholt werden we echter aangehouden, ons verhaal was dat we uit Wesel "ausbombardiert"
waren en dat was helemaal niet onwaarschijnlijk. We werden opgesloten in een krijgsgevangenen-
kamp ten noorden van Bocholt. Er moest gewerkt worden aan een spoorlijn naar Winterswijk,
omdat ik nog steeds last van mijn voet had kwam ik (en mijn maat) in de ziekenbarak terecht.
Het verschil met een gewone barak was dat daar stro lag, wij sliepen op de houten vloer met een
allegaartje aan mensen. Naast mij lag een Italiaan, er waren ook Letten en Esten.
Op een gegeven moment overleed een Nederlandse jongeman aan verwaarloosde dysenterie, de
kampleiding (Organisation Tod) was daar toch van geschrokken, niemand geloofde nog in een
goede afloop en men was bevreesd voor de strafgevolgen later. Iedereen uit de ziekenbarak
moest naar de dokter. Dat was een jonge SS-arts die vroeg wat ik mankeerde, wetend dat men
daar erg bang van was verzon ik "de dokter in Xanten dacht dat ik wel tbc kon hebben"
Waarschijnlijk was hij al lang blij een reden te hebben, men wilde ons kwijt, ik en mijn maat
kregen een "ausweis", na de middag konden we de poort uit en moesten ons melden in Winterswijk
Daar was al een stempel geregeld en we gingen op weg naar huis. Vorden, Zutphen, Apeldoorn,
Amersfoort, Utrecht, Gouda, Alphen aan de Rijn en Wassenaar. Vaak lopend, soms met militaire
trein een stuk, een militaire auto soms, we deden er een week over. Uiteindelijk kwamen we in
Wassenaar tegen spertijd, we gingen naar het politiebureau voor onderdak. We werden in een cel
gestopt, we zagen er ook echt als zwervers uit!
De andere dag langs het verwoeste Bezuidenhout naar huis, mijn maat Den Haag in en ik naar
Monster, wist niet waar hij woonde en heb hem nooit meer gezien.
De buurjongen die wel bij de colonnne was gebleven bij Wesel kwam een paar dagen later thuis.
Intussen had zich aan de Haagweg nog iets anders afgespeeld. Door het verzet waren z.g. kraaie-
poten gestrooid waar duitse auto's op lek reden. Als repraisaille moesten uit ons rijtje huizen er
een aantal ontruimd en vernietigd worden.Onze buurvrouw Mevrouw (Leen) Krul was geboren
Duitse, zij wist de commandant van de groep zover te krijgen dat enkele leegstaande woningen
van Bloemendaal werden vernietigd, alleen de eerste woning gerekend vanuit Monster is niet
uitgebrand, later opgeknapt en staat er nu nog.
Het was intussen half april en op 5 mei 1945 was heel Nederland bevrijd.
w.g. R.v.d.Meulen
|