Fahndungsliste Holland
Op 12 mei 1940 werd op het vliegveld Ockenburg onder het stoffelijk overschot van
een Duitse inlichtingenofficier van de 22e Luchtlandingsdivisie de "Fahndungsliste Holland" gevonden. Deze lijst bevatte de namen en de adressen van een aantal personen, die onmiddellijk door de Duitse troepen moesten worden gearresteerd. Op deze lijst kwamen ook de namen van enige officieren van G.S.III (het Bureau Inlichtingen) voor. De lijst is vervolgens onmiddelijk door de reserve Kapitein der Grenadiers Van de Putte naar het Algemeen Hoofdkwartier gebracht waar het om 13:30 in ontvangst is genomen door het hoofd van G.S.III. Die heeft de stukken dezelfde middag aan zijn directe chef, de Luitenant-Kolonel Van de Plassche van de Generale Staf afgeleverd die de lijst direct bij Generaal Winkelman afleverde.
Arrestatie van de personen die op de Fahndungsliste Holland stonden was een taak van een speciale arrestatie-eenheid, de "Einsatzgruppe Feldmann". Deze eenheid die door Hauptmann Adolf von Feldmann, officier van de Abwehr, werd gecommandeerd, bestond uit een staf van één officier en zes manschappen, en vier Trupps, elk van één officier en tien manschappen, bij wie zich nog drie leden van de Geheime Feldpolizei bevonden. De taak was dus, wel zodra de militaire omstandigheden in Den Haag zulks mogelijk zouden maken, een lange reeks arrestaties te verrichten van personen (vermeld op de Fahndungsliste Holland) die er door de Duitsers van verdacht werden, in contact te staan met de diverse spionagediensten. Na de vondst op Ockenburg heeft men (voorzover mogelijk) geprobeerd personen die op de Fahndungsliste Holland stonden te waarschuwen.
Bij de Duitse inval zouden de overrompelingsploegen met meegebrachte motorfietsen Den Haag binnendaveren op weg naar hun objecten. De nakomende eenheden moesten om zich snel te kunnen verplaatsen, aan de weg of bij garages auto's vorderen of in beslag nemen. De Duitsers hadden onder andere de adressen van 77 garages aan de rand van de stad al tot hun beschikking waaronder garage "Centraal Auto Bedrijf" aan de Haagweg in Loosduinen. Op 13 of 14 mei 1940 werd de Fahndungsliste Holland afgegeven aan de heer Visser van het Departement van Buitenlandse Zaken met het verzoek, te trachten deze bij het genootschap van een neutrale mogendheid onder te brengen. Zo kwam het uiteindelijk in Washington bij het War Department terecht waarna het bij de Nederlandse Gezantschap in Washington gedeponeerd werd. Drie fotokopieën werden naar Londen gestuurd waarvan een kopie bij Buitenlandse Zaken bleef.
Na de capitulatie vertelde een Duits officier tot de commandant van het eerste legerkorps, generaal Carstens, wiens
hoofdkwartier in Den Haag gevestigd was, volgens mededeling van generaal D.A. van Hilten die het gesprek bijwoonde: ‘Ja, generaal, het stond er niet zo erg mooi voor met u, want als het ons gelukt was, dan was u met uw hoofdkwartier een van de eersten geweest die wij zouden hebben gevangen genomen, want het was de bedoeling met motorrijwielen die vervoerd werden in vliegtuigen, welke op Ockenburg zijn geland, tezamen met een stoottroep Den Haag binnen te rukken en bepaalde punten, o.a. het algemeen hoofdkwartier en zeker het hoofdkwartier van het eerste legerkorps te overvallen’.
|