Herovering
De herovering In eerste instantie verliep het strijdtoneel in Den Haag verwarrend, dit omdat er niet voldoende overzicht was in de sterkte van de Duitse luchtlandingstroepen. Lagere Nederlandse commandanten voerden op eigen initiatief acties uit om de vijandelijke troepen uit te schakelen. In de legerleiding poogden men intussen lijn te krijgen in de tegenaanvallen, dit verliep niet makkelijk aangezien er, zoals eerder aangegeven, geen inzicht was in de sterkte van de Duitse luchtlandingstroepen.
Kort voor 06:00 uur kreeg de Commandant van het 1e Leger Korps telefonisch het bevel om 1 bataljon in te zetten om alvast de strijd tegen de vijand aan te binden en overigens zodanige maatregelen te nemen, dat een vijandelijk oprukken naar Den Haag werd belet en eventueel verloren gegane vliegvelden snel konden worden heroverd. Hieruit vloeide voort dat eenheden opdracht kregen om op te rukken naar Ockenburg om het zonodig te heroveren. Hierbij werd het 1e Bataljon Grenadiers (gelegerd ten N.O van het vliegveld omgeving Vogelwijk) en het 1e Bataljon Jagers (gelegerd ten Z.W. van het vliegveld nabij Monster) gebruikt die naar het vliegveld zouden oprukken, waarbij het Regiment Jagers onder bevel van de commandant van het Regiment Grenadiers, majoor J.K. Visser, kwam te staan. Ongeveer een kwartier daarvoor was al het bevel gegeven om de toegangswegen richting het centrum van Den Haag en naar Loosduinen te blokkeren zodat Duitse troepen niet verder konden oprukken. Hiertoe werd besloten omdat de legerleiding in het bezit was gekomen van belangrijke informatie over het Duitse aanvalsplan. Deze informatie kwam voort uit documenten (Von Sponeck papieren) welke gevonden waren in een neergestort Duits vliegtuig in de Haagse Adelheidstraat. Later werden er ook marsbevelen aangetroffen, op de ochtend van 12 mei, in een half verbrand vliegtuig dat op Ockenburg stond. Bij deze laatste papieren was ook de Fahndungsliste Holland aanwezig.
Omstreeks 10:00 uur werd bekend dat o.a. vliegveld Ockenburg nog steeds in handen was van de vijand, maar dat dankzij de getroffen maatregelen (afsluiting van de toegangswegen) zij niet in staat waren geweest Loosduinen en Den Haag verder binnen te dringen. Zoals al eerder aangegeven hadden veel lagere Nederlandse commandanten in de omgeving van het vliegveld op eigen initiatief acties ontplooid, hierdoor kon het zijn dat er vrij snel na het waarnemen van vijandelijk parachutisten opgerukt werd naar het vliegveld. Hierbij hadden de oprukkende Nederlandse eenheden wel last gehad van vijandelijke vliegtuigen maar waren in staat geweest het vliegveld tot dichtbij te naderen. Rond 06:30 had een groep Grenadiers (welke o.a. gelegerd waren in een school aan de Laan van Poot) vuurcontact met vijandelijke eenheden nabij de Kijkduinsestraat hierbij werden zij ook bestookt met artillerieprojectielen. Hierop waren de meeste eenheden gedwongen om terug te trekken in het nabij gelegen bospark "Meer en Bos". Een groepje kon zich wel handhaven en lukte het zelfs de Kijkduinsestraat over te steken om de aldaar verschanste Duitsers onder vuur te nemen. Totdat er versterkingen waren aangekomen hebben zij zich daar staande weten te houden. Deze Grenadiers stonden onder leiding van Majoor W. Antheunissen, deze had tijdelijk zijn commandopost naar Theeschenkerij “MEER en BOSCH” verplaatst. De verzorging van gewonden vond plaats in een van de aanwezige zalen, net als het verhoor van Duitse krijgsgevangenen.
Vanaf de vliegvelden Schiphol en Ruigenhoek werden, door de Bom.V.A. (Bombardeervliegtuigafdeling), een aantal bombardementvluchten uitgevoerd op de Duitse kisten die op het vliegveld geland waren. Vanaf 06:30 was luitenant Swagerman met z'n Fokker T-5 (855) op weg naar Ockenburg om daar een zestal bommen af te werpen, rond 07:00 uur werd het vliegveld nogmaals gebombardeerd, nu door drie T-5 bommenwerpers (854, 856 en 862), ook hierbij werd menig Junkers JU-52 toestel vernield. Het was tevens de bedoeling om tijdens deze laatste vlucht foto's te nemen van de situatie op het vliegveld. Hiervan werd echter afgezien vanwege naderende Duitse vliegtuigen.
Tussen 08:00 en 09:00 uur arriveerde een Grenadierssectie van de 47ste Mitrailleurcompagnie aan de rand van Meer en Bos en werd er gehergroepeerd door de compagniescommandant. Aan de Laan van Meerdervoort lagen nu drie sectiën rechts (versterkt met zware mitrailleurs) en één links van de laan. Deze troepen kwamen geregeld onder vuur te liggen van mitrailleurvuur uit laag overkomende Duitse vliegtuigen, ook werd er mortiervuur ontvangen uit de richting van het vliegveld. Bij de verdere plannen ter herovering van het vliegveld werd beslist dat de aanvallen eerst zouden worden ingeleid door beschietingen met beschikbare artillerie.
Artillerie
Het eerder genoemde mortiervuur is wellicht verward met artillerieprojectielen welke afkomstig waren van het Artillerie Regiment (1-2 R.A.) wat gelegerd was nabij het patronaatsgebouw te Poeldijk. Deze afdeling was om 08:00 uur in stelling gebracht om vuur uit te brengen op het vliegveld en bestond uit drie batterijen. Tevens was in de watertoren van Monster (zie foto hiernaast) een waarnemingspost ingericht die in radioverbinding stond met de stelling in Poeldijk. Vanuit deze waarnemingspost had men een goed overzicht op het noordelijke gedeelte van het vliegveld. Kort na 08:00 uur werd met de eerste batterij ingeschoten, kort daarna volgde ook de andere twee batterijen. Nadat deze waren ingeschoten volgde enige vuurstoten met de hele afdeling, kort daarop werden op het vliegveld de eerste brandende toestellen waargenomen. Intussen probeerde Duitse vliegtuigen nog steeds te landen op het veld, dit werd voorkomen door steeds een kort snelvuur af te geven. Hoewel de opstelling op een gegeven moment ontdekt en bestookt werd door vijandelijke toestellen, bleek de aldaar aanwezige luchtafweer toch in staat deze toestellen onder vuur te nemen. De bedieningsmanschappen konden zich in veiligheid brengen door dekking te zoeken in de haastig gegraven schuilplaatsen, er werden geen verliezen geleden.
Later werd een poging ondernomen om een U.K.G. verbinding (Ultra Korte Golf) op te zetten tussen de het Artillerie Regiment in Poeldijk en de commando post van de Grenadiers te Loosduinen. Per auto waren een korporaal, drie man incl. radioapparatuur per auto richting Loosduinen gereden, ten Z.O. van Loosduinen nabij het Dekkershoekje (Escamplaan) werd de wagen onder vuur genomen door een uitgebroken Duitse patrouille. Een van de inzittende werd dodelijk getroffen, de andere werden gevangen genomen.
Door dit verlies kon de commandant van het Artillerie Regiment niet op de hoogte worden gebracht over de vorderingen van het regiment Grenadiers nabij het vliegveld. Hierdoor was de commandant gedwongen naar eigen inzicht verder te handelen. Na 11:00 uur werd het uitbreken van de Grenadiers vanuit Meer en Bosch gelukkig waargenomen waarop het artillerievuur gestaakt werd.
Ondertussen had het bataljon Jagers verwoedde pogingen ondernomen om op te rukken vanuit het Westland (Monster) richting het vliegveld. In het duinterrein krijgen zij vele luchtaanvallen te verduren en ten zuiden van het vliegveld raakte ze tenslotte gewikkeld in onoverzichtelijke bosgevechten, hierdoor konden zij verder niet deelnemen aan de daadwerkelijke herovering van het vliegveld. Nadat het vliegveld door de Grenadiers was veroverd werd het bataljon Jagers in Loosduinen gelegerd.
Nadat de Grenadiers waren uitgebroken uit Meer en Bosch was het vliegveld rond tussen 14:00 en 15:00 uur weer in de Nederlandse handen. Eerst werd de nabij gelegen Wijndaalderswoning bezet waarbij 35 krijgsgevangenen werden gemaakt. Via het Zwarte weggetje werd opgerukt naar de ingang van het vliegveld. Een andere groep Grenadiers rukte op naar de N.O. punt van het vliegveld, hierna ontstond een vuurgevecht met de achtergebleven Duitsers. In eerste instantie hadden de Duitsers dekking gezocht achter de vliegtuigen, maar doordat ze nu van twee kanten onder Nederlands vuur kwamen te liggen gaf het grootste gedeelte Duitsers zich al spoedig over.
Een klein aantal van hen lukte het om via de Z.W. kant van het vliegveld terug te trekken richting de boerderij Blijrust. Hier kwamen zij in gevecht met de 2e Compagnie Jagers dat dicht tot Blijrust was genaderd. Het was de bedoeling van de Bataljonscommandant om de Duitsers met een sectie mortieren onder vuur te nemen, totdat hij het bericht vernam dat het vliegveld weer in Nederlandse handen was. Omdat Blijrust ca. 200 meter van het vliegveld lag ging de Bataljonscommandant er van uit dat ook de boerderij in Nederlandse handen was en heeft daarom afgezien van verdere actie.
Het totaal aantal gemaakte krijgsgevangenen bedroeg ca. 160 man. Slechts 6 van de 28 op het vliegveld gelande Duitse toestellen had kans gezien weer op te stijgen, van de 22 in de omgeving gelande toestellen konden er een 5-tal ontsnappen. 30 Nederlandse krijgsgevangenen werden uit gevangenschap bevrijd, 17 Nederlandse militairen lieten het leven tijdens de herovering.
De ontsnapping van de groep-von Sponeck
Rond 16:30 uur kregen de Commandanten van het Regiment Grenadiers en Jagers het bevel om snel hun oorspronkelijke opdracht, het oprukken richting Loosduinen, uit te voeren. De commandant van het Regiment Jagers heeft nog gevraagd of niet eerst de resten van de Duitse weerstand in het bedekte terrein ten zuiden van het vliegveld opgeruimd moesten worden, maar dit werd afgewezen. Pas in de ochtend van 12 mei werd begonnen met de zuiveringsacties.
Ongeveer 360 Duitsers hadden zich onder leiding van generaal Graf von Sponeck tijdig kunnen terugtrekken in de bossen van het landgoed Ockenburg alwaar zij zich verschansten. In de late avond van de 10e mei had de generaal, via de radio, de order ontvangen om op te trekken richting het Rotterdamse Overschie. Overdag op de 11e mei hielden de Nederlanders zich bezig met het versterken en beveiligen van hun posities in en om het vliegveld. In de middag wierpen Duitse vliegtuigen munitie en levensmiddelen per parachute af, de landingsplaats werd onder vuur genomen waardoor het de Duitsers werd belet om zich van e.e.a. meester te maken. Verder werd van tijd tot tijd vijandelijk mitrailleur- en mortiervuur ontvangen uit de bossen. Dit werd beantwoord met mortiervuur op de boerderijen Blijrust en Solleveld en artillerievuur op de bossen Ockenburg en Ockenrode aangezien men vermoedde dat zich daar nog Duitsers bevonden.
Omstreeks tien uur 's avonds op de 11e mei had Graf von Sponeck met zijn groep de nachtelijk mars ingezet en hadden zij de bossen van Ockenburg verlaten. Nederlandse troepen (Grenadiers en Jagers) die in de vroege morgen van 12 mei (omstreeks 02:45 uur) het landgoed wilde innemen, kregen dan ook geen enkele weerstand van de enkele Duitse soldaten die waren achtergebleven. Deze gaven aan dat de overgebleven troepen enige tijd daarvoor het landgoed in zuidelijk richting hadden verlaten. Rond half drie kwam deze groep aan bij Wateringen, hier kwamen zij in gevecht met troepen die het aldaar gevestigde stafkwartier van de commandant van de Groep 's-Gravenhage beveiligden. Na enkele uren zagen de Duitsers kans om met vier gestolen bussen van de firma "VIOS" te vluchten richting Den Hoorn. De 12e mei verbleef de groep-von Sponeck in het dorpje 't Woudt, op 13 mei wisten ze uiteindelijk via Schipluiden Overschie te bereiken en hebben daar stand kunnen houden tot aan de Nederlandse capitulatie.
|