Vliegveld Ockenburg

Nederlandse Militairen
Klik voor een grotere afbeeldingBij de gevechten op en rond het vliegveld Ockenburg zijn in totaal zo'n 60 Nederlandse militairen gesneuveld. De meeste van hen liggen begraven op het "Militaire Erehof 's-Gravenhage", dit Erehof is gesitueerd op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan in Den Haag. Totaal liggen er 167 Nederlandse militairen begraven in een gemeenschappelijk graf welke zijn omgekomen bij de verdediging van de vesting Holland. De namen van de gesneuvelde staan vermeld op het aldaar aanwezige momument.

Op zaterdag 18 mei 1940 werd een groot aantal Nederlandse gesneuvelde militairen begraven. Dit was een korte indrukwekkende plechtigheid aan het massagraf. Zoveel mogelijk had men aan de nagelaten betrek-kingen bericht gezonden, zodat tal van burgers zich naar de begraafplaats hadden begeven om evenals de overlevende makkers van de gesneuvelden, deze de laatste eer te bewijzen. In blank houten kisten zijn te ruste gelegd waarbij op elke kist de naam van de gesneu-velde stond. Militairen omringden de groeve. Eerst sprak een protestants veldpreker, daarna een Rooms-Katholieke legeraalmoezenier en tenslotte de regimentscommandant, die de dierbaren een afscheidsgroet bracht. Daarna werden door verschillende troepenafdelingen op het gemeenschappelijk graf bloemen gestrooid, netals daarna door de nabestaanden.

Het monument, bestaande uit Franse kalksteen, is een ontwerp van Dirk Bus en is zonder veel vertoon in oktober 1942 geplaatst. Doordat de namen in het monument zijn aangebracht, verdwenen de kruizen op de graven. Nabestaanden die de graven bezochten, mochten slechts enkele losse bloemen op de treden van het monument neerleggen. Bloemen, potten, vazen, blikken of flessen op het monument en op de graven waren niet toegestaan. De reden hiervan was dat bij een controle-bezoek aan het monument anderhalf jaar later de Commissaris voor de belangen van de voormalige Nederlandse Weermacht roestvlekken op de treden constateerde. Een medewerker van de Haagse steenhouwerij Keuzenkamp zei desgevraagd dat de vlekken moeilijk weg te schuren waren, omdat roest invrat. Op 10 mei 1945 was de vijfde verjaardag van de 10e mei weer de vrije Residentie geworden tot een overweldigende demonstratie. Al in de vroege ochtenduren trok een stroom van van deputaties en particulieren naar de begraafplaats waar het monument en de graven van de gesneuvelden direct bedolven werden onder bloemen. Een ontroerend moment was het toen oorlogsinvaliden uit het Militair Hos-pitaal een bloemgroet brachten. Het monument wordt onderhouden door de Oorlogsgravenstichting in samenwerking met de gemeente Den Haag (Foto:G.J. van Ojen - Militair Erehof 's-Gravenhage).

Monument Grenadiers & Jagers te Den HaagNaast dit monument zijn er nog aantal andere gerelateerde monumenten. Op het monument aan de Haagsche Schouw te Leiden staan alle namen van gesneuvelden van het 22e Depotcompagnie vermeld. Meer informatie over dit monument via
deze link.

Bij Koninklijk Besluit van 13 juli 1949 werd bepaald dat het Regiment Grenadiers in het vervolg de vaandelopschriften 'Ypenburg 1940' en 'Ockenburg 1940' zou mogen voeren. Voor het Regiment Jagers was dit 'Ockenburg 1940'. Voor de gesneuvelde Grenadiers en Jagers is er een gezamelijk monument opgericht. Het monument stond eerst aan de Hofsingel en werd op 6 oktober 1951 door generaal H.G. Winkelman onthuld. In 1964 is het monument verplaatst naar de Johan de Wittlaan, recht tegenover het Stadhoudersplantsoen in Den Haag. In 2010 is het monument opnieuw verplaatst en wel naar de Böttgerwater in de wijk Ypenburg. Voor deze plek is gekozen vanwege het historische karakter, hier vond in de meidagen de slag om vliegveld Ypenburg plaats.

Overzicht van Nederlandse militairen die in mei 1940 op en rond het vliegveld Ockenburg in Loosduinen zijn gesneuveld.
(Foto Monument Grenadiers & Jagers)


Duitse Militairen
Duitse graven aan de KerkhoflaanHoeveel Duitse militairen er precies zijn gesneuveld bij de gevechten op  en rond Ockenburg is niet bekend. Uit onderzoek van Lkol b.d. E.H. Brongers blijkt dat van ca. 60 Duitsers vaststaat dat ze zijn gesneuveld in en om Ockenburg (Overzicht). Verder zijn ca. 400 militairen vanuit Den Haag herbegraven in Ysselsteyn. De bij Ockenburg gesneuvelde Duitse militairen zijn in eerste instantie begraven op de Algemene Begraafplaats Westduin en de Algemene Begraafplaats aan de Kerk-hoflaan in Den Haag. Zo vond op zondag 19 mei 1940 om ongeveer 10:00 uur een sobere plechtigheid plaats, toen aan een aantal gesneuvelde Duitse militairen, die dag ervoor ter aarde werden besteld, een militaire eerbetoon werd gebracht. Een vijfhonderdtal Duitse soldaten schaarde zich om de nog open graven, waarboven door een groot vuurpeleton enige salvo's werden afgevuurd, terwijl ook een Duitse militaire kapel diverse koralen ten gehore bracht. De Duitse gezant, Graf von Zech-Burkersroda, woonde deze plechtigheid bij. Gesproken werd er door de Generaal Graf von Sponeck en een Duitse veldprediker, die zijn gebed sloot met het Onze
Vader. Bij de graven van de Duitse militairen waren een viertal grote kransen gelegd, terwijl een Duitse officier op het graf van een aantal Nederlandse militairen, die dus ook de dag ervoor ter aarde waren besteld, eveneens een krans legde

Op dinsdagmiddag 4 juni 1940 vond er een korte plechtigheid plaats, waarbij de Duitse militaire bevelhebber in Nederland Christiansen, aanwezig was. Voor het eerst werden in het openbaar enkele in ons land gesneuvelde Duitse militairen begraven. Tegenover de 2 kisten, die gedekt waren met de Duitse oorlogsvlag, stond onder meer een deputatie opgesteld van de Duitse kolonie in Den Haag, benevens een deputatie van de jeugdafdeling. Nadat generaal Christiansen in gezelschap van zijn adjudant, majoor Engel, en van de commandant van het begrafeniscommando, kapitein Polenz, op de begraafplaats was gearriveerd, spraken de pastoorling van de Duits-Evangelische gemeente in Haarlem en de rector Müller. Na het gebed en de begrafenis trad generaal Christiansen
naar voren, die elk op beide kisten, een krans neerlegde van groen met ook aronskelken en een lint in de Duitse kleuren en gaf daarna nog een toespraak. Namens de Duitse kolonie in Den Haag legde de heer Schuon daarna een krans op de graven waarna hij een laatste groet bracht. Aan het einde van deze plechtig-heid werden door verschillende dames van de kolonie bloemen op de baren gelegd. Naast deze plechtigheden werd in Duitsland elk jaar op 16 maart de "Heldengedenktag" gevierd, een dag ter nagedachtenis aan de Duitsers die voor het vaderland sneuvelden, dus ook voor de Duitse militairen die op en rond Ockenburg waren gesneuveld.

Op 16 maart 1941 was in Den Haag een kerkelijke viering in de Duitse Luthers-Evangelische Kerk. Tijdens de viering kwamen Duitse soldaten aangemarcheerd en gingen vervolgens de kerk binnen. Tijdens een andere kerkdienst, een Rooms-Katholieke mis in de kapel van het Aloysius-college, preekte een Duitse aalmoezenier. Aansluitend waren er kransleggingen bij de graven van de gesneuvelde Duitse militairen op de Alge-mene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan. Hierbij was onder andere Rijkscommissaris Seyss-Inquart aanwezig. Een Duits militair muziekkorps speelde "Ich hat' ein Waffenbruder". Ook de Grüne Polizei nam deel aan deze herdenking der gevallenen. Ook op 16 maart 1942 vond de viering plaats. Na een grote parade op het Binnenhof en een groot défilé op het Buitenhof werd de weg gevolgd naar de Algemene Begraafplaats aan de Kerkhoflaan. Daar had een dubbelpost de wacht betrokken bij het grote door oorlogsvlaggen ge-flankeerde houten kruis. Een militaire kapel stond er opgesteld, de graven en eenvoudige kruisen waren versierd met kleine kransen van dennegroen en bloemen. Terwijl de kapel zacht  "Der gute Kamerade" speelde, brachten de generaal Christiansen en de Rijkscommis-saris een eregroet aan de gesneuvelden en werden aan de voet van de kruis 6 kransen neergelegd: van de Weermachtsbevelhebber, de Rijkscommissaris, de Arbeidsbevelhebber van de Rijkscommissaris, het Ar-beidsbereich der NSDAP, de SS, de politie en het korps "Nachrichten Helferinnen".

Eerder, op 14 februari 1941, was er een herdenkingsplechtigheid door de Duitse politie op de Algemene Begraafplaats. De Dag der Duitse Politie was door de in Den Haag gelegerde afdeling van de Duitse Ordnungspolizei om 10:00 uur die ochtend ingezet met het eerbetoon aan de gesneuvelden. Een detachement trad daar aan en nadat de geweren waren gepresenteerd, werd er een kort woord gewijd aan de gesneuvelden. Daarna werden op de graven van de gesneuvelde politiemannen een aantal kransen van dennegroen, versierd met tulpen, narcissen en het rode lint met het hakenkruis, neergelegd.

Na de oorlog wees de regering Ysselsteyn in de gemeente Venray aan als Duits soldatenkerkhof. Hier zijn alle in Nederland nog aanwe-zige graven naar toe overgebracht. Op 15 oktober 1946 werd begonnen met de overbrenging van de eerste stoffelijke overschotten. lnmiddels hebben 31.598 gesneuvelde Duitse militairen er hun laatste rustplaats gevonden.

Algemene Begraafplaats Westduin
Toen de oorlog voor Nederland in mei 1940 uitbrak was de begraafplaats Westduin nagenoeg klaar om in gebruik te worden genomen. Enige jaren daarvoor was men met de bouw begonnen op een terrein tussen het park Ockenburg en het sportpark Ockenburg. Vlak na de Nederlandse capitulatie namen de Duitsers de begraafplaats voor de rest van de bezetting in gebruik, er vonden geen ter aarde bestellingen van Nederlandse burgers plaats. Eind mei 1940 lagen er 170 Nederlandse en 81 Duitse militairen begraven. De Nederlandse militairen zijn later o.a. overgebracht naar "Militaire Erehof 's-Gravenhage". In totaal hebben er zo'n 570 Duitsers begraven gelegen. Ondanks dat het zicht op de begraafplaats ontnomen was, konden omwonenden toch regelmatig zien en horen dat er een begrafenis plaatsvond. Vaak was er een stoet te zien die richting de begraafplaats trok onder begeleiding van treurige muziek. Na afloop van een dergelijke plechtigheid klonken er drie salutschoten.
Het gebied was aangemerkt als Sperrgebied en derhalve niet voor de burgerbevolking toegankelijk. Er zijn een aantal veranderingen door de Duitsers uitgevoerd. Zo werd de windkering rondom de begraafplaats enige meters naar achteren verplaatst en werden er bunkers gebouwd. Pas na de oorlog, vanaf juli 1950, kon de begraafplaats in gebruik worden genomen. Een aantal bunkers is nog steeds aanwezig in de windkering, echter deze zijn afgedekt met een dikke laag zand. Het gaat hier om een voor Nederland vrij zeldzame bunker van het type 600 en een tweetal van het type 667. Meer hierover in het onderdeel
Widerstandsnest 2H.

 

laatste aanpassing op 02/02/2012 om 23:21. (c) Vliegveld-Ockenburg 2001-2012