|
De godsdienstige en zedelijke verzorging van ons leger was tijdens meidagen 1940 goed geregeld en de aalmoezeniers hebben met zorg en toewijding de geestelijke belangen van zijn soldaten behartigd. Een aalmoezenier verbleef in de pastorie van Loosduinen, vlakbij het vliegveld Ockenburg. Nauwelijks had de aalmoezenier zich op het gerucht van de Duitse vliegtuigen vroeg in de ochtend in volle oorlogstoerusting naar buiten begeven of hij werd reeds bij de eerste gewonden geroepen, die per auto naar het kantonnementsziekenverblijf in het zusterklooster onmiddellijk achter de kerk werden overgebracht. Hij hielp direct met het binnendragen van deze personen, gaf hun de absolutie en de Heilige Olie, bad samen met hen, onverschillig of zij katholiek waren of protestant, en terwijl hij zo bezig was deze jonge mannen, waarvan er verscheidene doodbloedden aan hun heup- en buikwonden en hun doorschoten borst, kwam er in de verbandplaats het bericht binnen dat er gewonden en stervenden in de Kijkduinsestraat lagen. Samen met de dokter begaf de priester zich zonder aarzelen op weg, fietsend naar de Kijkduinsestraat. De menigte nieuwsgierigen, die hier enkele uren geleden nog stonden te kijken naar wat daar op honderden meters afstand, boven het vliegveld, gebeurde, was geheel verdwenen. Heel alleen reden de dokter en de priester de Tramstraat in, terwijl van het vliegveld voor hen zware, zwarte rookwolken opstegen en van alle kanten het knallen van karabijnen, het blaffen van mitrailleurs en het bonzen van mortieren en van de stukken 6-veld weerklonk.
Midden op de Kijkduinsestraat stond de 6-veld en van de andere kant schoten de Duitse soldaten. Bij de dokter en de aalmoezenier floten de kogels om de oren; ze moesten dekking zoeken in de portieken van de huizen. Het was onmogelijk om maar een voet in de Kijkduinsestraat te zetten dus zat er niets anders op dan terug te keren naar de verbandplaats. Daar bereikte hun het nieuws dat Duitse soldaten langs een omweg door het park Ockenburg een garage van de Westlandse stroomtram hadden bezet hadden, nog geen 200 meter van de verbandplaats. Tegelijk met dit nieuws kwam het bevel de lazaret te ontruimen en zoveel mogelijk alles en iedereen over te brengen naar een schoolgebouw in Den Haag.
Nadat intussen het vliegveld door een 1e Bataljon Grenadiers heroverd was benutte de aalmoezenier van deze ontstane situatie en begaf hij zich naar het terrein van de strijd. Een ontzettend toneel wachtte hem daar. Bij de ingang van het vliegveld en langs het zwarte weggetje lagen Duitse soldaten in alle houdingen, met verwrongen trekken, roerloos, en hier en daar lag een Nederlandse soldaat tussen hen in. Maar ook onder andere een politieagent, die als een van de eerste werd neergeschoten, lag met de fiets nog tussen de verstijfde benen. De Nederlandse soldaten hadden zich in een zomerhuis langs het zwarte weggetje verschanst en in dit met kogelgaten doorzeefde houten gebouwtje lagen, onder bewaking van een Nederlandse officier, de Duitse gewonden bijeen, die reeds door hun eigen doktoren werden verzorgd. Nederlandse soldaten met bleke en starre gezichten hielden wacht langs het hele vliegveld. De aalmoezenier ging hen één voor één langs en bad met hen, gaf hun de absolutie en hoorde, in korte, gestamelde brokstukken hun verhaal aan, hun dank, dat zij nog in leven waren. Terwijl hij zo langs het zwarte weggetje bezig was, kwam men hem halen met een motor.
Op het vliegveld zelf, bij de barakken lagen soldaten te sterven. Diep weggedoken in het zijspan ving hij deze korte, lugubere doodrit aan. Doden langs de weg, langs de Kijkduinsestraat, auto's waren in de sloot opzij geworpen of gereden, uitgebrande toestellen lagen op het vliegveld waarvan hij er 21 Duitse telde en daartussen door de Nederlandse, die kennelijk startklaar hadden gestaan en deels nog de hoezen om de cockpit droegen. In en om de barakken kon hij het Heilig Oliesel toedienen, kon hij ook protestanten op de dood voorbereiden door met hen het Onze Vader te bidden en ook een Duitse soldaat voorzag hij van de laatste Heilige Sacramenten terwijl Nederlandse soldaten er omheen knielden.
Kort daarna werd hij weer geheel in beslag genomen door de zorg voor het lichamelijk welzijn van de gewonden. De medische dienst kwam handen tekort. De priester hielp dus de hospitaalsoldaten zoveel hij kon met het inladen van de gewonden in de gereedstaande auto's en met het hun vervoer naar Den Haag, waar de jonge soldaten die vroeg in de ochtend de dodendans op Ockenburg waren ontsprongen, elkaar eindelijk weerzagen en begroetten met van ontzetting vervulde verhalen, waaruit de doorstane angst en schrik sprak.
Uit: "Priesters in het grijsveld" van Hans Hermans
|