Vliegveld Ockenburg

Bewaking en bewapening

Voor het vliegveld Ockenburg werd op bevel van de Opperbevelhebber van de Land- en Zeemacht (O.L.Z.) op 26 april 1940 bepaald, dat de Commandant van het eerste Leger Korps (C.-I L.K.) twee secties zware mitrailleurs zou aanwijzen voor de verdediging van het vliegveld. De C.-I L.K. bepaalde dat het Regiment Grenadiers (gelegerd in Loosduinen) hiervoor ingezet zou worden.

Daarnaast was op 3 mei 1940 besloten, door de O.L.Z., tot de oprichting van Depotcompagnieën bewakingstroepen. Het was de bedoeling om deze troepen (welke drie maanden onder de wapenen waren), in te gaan zetten van 13 mei tot 1 september voor diverse bewakingsdiensten in het binnenland. Door verscherping van de toestand werd de oprichting van de compagnieën enkele dagen vervroegd. Een van die compagnieën was de 22e Depotcompagnie bewakingstroepen, onder bevel van reserve-kapitein der Infanterie Mr. P.J.A. Boot.
De 22e Depotcompagnie behoorde tot het 22e Depotbataljon, waar de rekruten werden opgeleid voor het 22e Regiment Infanterie en was gelegen in de Morspoortkazerne te Leiden.
Deze kreeg op de avond van de 7-de mei het bevel de bewaking over te nemen van de twee aldaar gelegerde secties zware mitrailleurs van het Regiment Grenadiers. Hun opdracht luidde: "beletten dat buitenlandse vliegtuigen op Ockenburg landen dan wel, na geland te zijn, zich ontwikkelen en uitbreiden" (Het ontwikkelen en uitbreiden sloeg op de luchtlandingstroepen, die eventueel door deze vliegtuigen zouden worden aangevoerd). Op 8 mei arriveerde de 22e Depotcompagnie bewakingstroepen, de commandant ontving daarop direct het bevel voor de "verscherpte bewaking binnenland".

 

 (Foto van begin 1940 te Roosendaal; reserve-kapitein der Infanterie Mr. P.J.A. Boot)

In eerste instantie bestond de compagnie uit vier secties, echter één sectie vertrok op de morgen van 9 mei naar Wassenaar voor de bewaking van de plaatselijke telefooncentrale. Commandant Boot beschikte daarna nog over drie secties waarbij slechts vier lichte mitrailleurs aanwezig waren. Deze drie secties stonden onder leiding van vaandrig Gritter, luitenant Rodermond en luitenant Van der Sluijs. Het totaal aantal manschappen bedroeg zes-en-negentig bestaande uit: drie officieren, één vaandrig, acht onderofficieren en vier-en-tachtig korporaals en manschappen. Het personeel was niet voorzien van handgranaten en verbandpakjes. De drie secties hadden bij toerbeurt achtereenvolgens wachtdienst, piketdienst en rust. Vanaf 9 mei moest de gehele compagnie om 03.00 's morgens strijdvaardig zijn. Op drie hoeken (noord, oost en zuid) van het vliegveld stonden lichte mitrailleurs opgesteld. Verdere gevechtsdekking was er niet. Wel een sloot in de rug van de militairen.

Naast de bewakingscompagnie was ook nog de bewapeningsdienst van het Luchtvaartbedrijf aanwezig, deze stond onder bevel van de eerste-luitenant-vlieger H.C. Gautier, welke zijn bureau had in loods E. Verder stond rechts van de ingang van het vliegveld een zoeklichtinstallatie van de VIIe Zoeklichtafdeling tegen luchtdoelen. Deze afdeling was aanwezig van zonsondergang tot zonsopgang en vertrok daarna, met het zoeklicht, naar de sectieverzamelplaats bij de W.S.M.-garage in Loosduinen; alleen
het luistertoestel en de dynamowagen bleven achter in de loodsen op het vliegveld. Verder was er nog een luchtwachtdetachement aanwezig.







(Foto uit: Loosduinen 1937-1987) Tijdens de mobilisatie van 1939 waren ook in Loosduinen militairen gelegerd. De militairen op deze foto waren ingekwartierd in de toenmalige Openbare Lagere School aan de Julianastraat thans Luxemburgstraat.

Gedurende de nacht van 9 op 10 mei werd er door verschillende posten op het vliegveld enige malen vreemde geluiden en lichtsignalen waargenomen buiten het terrein. Er werd een patrouille uitgezonden die verder niets aan het licht bracht. Om 2.00 uur werd door de wachtpost nabij Loods A geschoten op gestalten, die aan de overkant van de sloot zouden zijn waargenomen. Dit alles veroorzaakte de nodige onrust onder de bewakers. Om 3.00 uur werden de troepen in hoogste staat van paraatheid gebracht. De gehele linie werd betrokken, welke zich uitstrekte van de meeste oostelijke punt van het vliegveld tot net na de meest zuidelijke punt. De afrastering, de sloot en de loodsen lagen in de rug van de opstelling. De wachtsectie was als volgt opgesteld; per lichte mitrailleur werden twee man ingedeeld, bij de toegang van het vliegveld 1 man, bij de vliegtuigen 2 man, bij de munitie- en materieelloodsen 1 man, op de toegangsweg naar het vliegveld bij de Kijkduinsestraat 1 man. De rest van de compagnie bevond zich in de aldaar aanwezige loodsen.

laatste aanpassing op 02/02/2012 om 23:21. (c) Vliegveld-Ockenburg 2001-2012